Word Beschermer

Meer over de bewoners

Familie Van Loenersloot

De familie Van Loenersloot, de bouwers van het kasteel, behoorden tot de zogeheten 'ministerialen'; lieden die in dienst van de bisschop van Utrecht in de middeleeuwen belangrijke bestuursfuncties vervulden. Zulke families hielden zich ook bezig met het ontginnen van de uitgestrekte veengebieden in het westen van de provincie. In ruil daarvoor kregen ze van de bisschop de bestuursmacht over het gebied. De Van Loenersloots hebben als projectontwikkelaars een flink gebied langs de Angstel geschikt gemaakt voor de landbouw. Om hun status te laten zien, verbouwden ze hun hof tot een flink kasteel.

Splinter van Loenersloot

Toch was de relatie met hun officiële heer niet altijd probleemloos. Splinter van Loenersloot bijvoorbeeld, nam het niet zo nauw met de wet en stal links en rechts bezittingen van zijn buren en perste stadsburgers af. Op aandringen van Gouda stuurde de bisschop toen een legertje om Splinter een toontje lager te laten zingen. Om zijn argumenten kracht bij te zetten nam de kerkvorst een paar kanonnen mee, zogenaamde steenbussen. Die overtuigden Splinter ervan, dat het beter was zich over te geven.

Jacob van Amstel

Een volgende belangrijke bewoner was Jacob van Amstel van Mijnden. Zijn vader kocht Loenersloot in 1490. De Van Amstels van Mijnden bezaten in de omgeving al de kastelen Mijnden, Ruwiel en Kronenburg. Jacob had priester willen worden, volgens sommigen zou hij zelfs al in Loenen hebben gepreekt. Toen hij echter iemand in een gevecht doodde, liep hij zijn priesterwijding mis. Ondanks dat maakte Jacob een sterke indruk op de Utrechtse bisschop, Hendrik van Beieren. Toen deze naar kasteel Duurstede vluchtte uit angst voor zijn Utrechtse onderdanen, moest de politiek handige Jacob als zijn plaatsvervanger proberen de opstandelingen weer in het gareel te krijgen. Die hield er de bijnaam 'biscop Jacob' aan over. Toen de rust na 1528 weerkeerde, beloonde de bisschop Jacob met een hoge functie in de stad Grave. Jacob en zijn nazaten staken veel energie in Loenersloot. Na hen kwam het echter in handen van families, die vooral elders verbleven en het kasteel verhuurden.

Andries Jan Strick van Linschoten

In de achttiende eeuw kwam het kasteel in bezit van Andries Jan Strick van Linschoten, die op zoek was naar een mooie buitenplaats. Andries had in Utrecht rechten gestudeerd en was politiek zeer actief. Als aanhanger van de patriotten streefde hij naar een democratische samenleving. Hij uitte zich zo fel over stadhouder Willem V, dat hij veroordeeld werd wegens majesteitsschennis. Verstandig genoeg hield hij zich daarna een tijdje gedeisd, maar na de afzetting van Willem V in 1795 werd Strick van Linschoten lid van de Nationale Vergadering, het nieuwe parlement, dat een democratische grondwet moest ontwerpen. Bij een staatsgreep in 1798 echter werd hij aan de kant gezet. Acht jaar later overleed hij op Loenersloot. Via zijn dochter Geertruyd kwam het kasteel in handen van de familie Martini Buys.

De barones

De laatste bewoonster van Kasteel Loenersloot was Magdalena F.M. (Madzy) barones Van Nagell - Martini Buys. Zij stamde af van een predikant uit het Duitse Wesel, die in de zeventiende eeuw naar Nederland was gekomen en zijn naam Martens verlatiniseerde tot Martini. Dr. Anthoni Martini promoveerde in Franeker en doceerde later aan de Illustere School in Den Bosch. Hij kocht in 1718 het kasteel Zwijnsbergen bij Den Bosch. De Martini's vervulden belangrijke bestuursposten in Noord-Brabant.

Madzy erfde in 1948 het kasteel van haar vader Antonie. Haar broer Paulus erfde een groot deel van de meubelen, schilderijen en porselein. In 2012 is een deel van deze inboedel teruggekocht van de weduwe van Paulus. Magadalena Martini Buys trouwde in 1952 op 43-jarige leeftijd met Reinoud Gerard Steven baron Van Nagell waardoor zij de titel van baronesse mocht voeren. Het echtpaar leefde na enkele jaren tot de dood van Reinoud in 1968 min of meer apart. Uit deze tijd bestaat een vinnige correspondentie tussen de baronesse en de rijksoverheid over restauratiesubsidie. Liever liet ze het kasteel afbreken en in de gracht werpen dan met de in haar ogen onbetrouwbare overheid te onderhandelen.

Madzy bewoonde slechts enkele kamers. Erg aangenaam was het er niet: in de winter werd het huis zo koud, dat de barones rondjes op de fiets door het huis maakte om op te warmen. Ze had weinig op met de moderne tijd. Zo gruwde ze van winstbejag en verbood haar pachters om kunstmest te gebruiken of meer dan twee koeien te bezitten. In het broedseizoen mocht niet worden gemaaid en nieuwsgierige bezoekers hield ze met een jachtgeweer op afstand. Het verval van het kasteel maakte het wonen niet veiliger: de stenen vielen soms uit de muur. Om ongelukken te voorkomen, nam baron Taets van Amerongen, van kasteel Renswoude, Loenersloot onder zijn hoede. Hij wist Madzy te overtuigen noodzakelijke reparaties te laten uitvoeren en het kasteel in 1985 ineen stichting onder te brengen. De barones overlijdt in 1997 op 88-jarige leeftijd.