Word Beschermer

Moersbergen - meer informatie

Moersbergen

Meer informatie

Moersbergen vormt een duidelijke, landschappelijke eenheid. Er is een kasteel met rondom een park en er zijn bossen met lanen, afgewisseld door akkers en weiden. Door de afwisseling van open weiden en gesloten bos heeft het gebied een hoge natuurwaarde. Op het landgoed worden regelmatig grote groepen reeën gezien maar ook bijvoorbeeld vossen, hazen en eekhoorns. In de nachtelijke uren foerageren in en rond het kasteelbos en boven de vijver vele vleermuizen. Het oude bos met veel holle bomen (de oudste hebben een leeftijd van 150 jaar) bieden goede nestgelegenheden.

Kasteel

Landgoed Moersbergen ligt tegen de voet van de Utrechtse Heuvelrug, op de overgang naar het Kromme Rijngebied. Moersbergen is ontstaan in de Middeleeuwen. Bekend is dat het kasteel in 1435 al bestond. De naam die op een drassige oorsprong lijkt te duiden, is goed met de ligging te verenigen. Het kasteel is gedurende de volgende eeuwen steeds bewoond geweest en heeft in 1539 zelfs de status van ridderhofstad verkregen. Ondanks talrijke latere verbouwingen heeft het kasteel nog steeds een middeleeuws uiterlijk. Dit is te danken aan de verbouwing van1927. In1962 schonk de toenmalige eigenaar J.A.W. Luden het kasteel met bijbehorende gronden aan Utrechts Landschap. Bijzonder is dat het gebouw nog steeds particulier wordt bewoond. Het kasteel is niet te bezoeken.

Bosbouw

Veel van de omliggende gebieden hebben in het verleden deel uitgemaakt van Moersbergen. In het midden van de 18e eeuw was het landgoed op z’n grootst, ongeveer750 hectare. De opeenvolgende baronnen d’ Ablaing van Giessenburg en de heren van Moersbergen, hebben zich actief met bosbouw beziggehouden. Vandaag de dag zijn dan ook nog exemplaren van de door d’Ablaing geplante Weymouthdennen en Europese lariksen te vinden op Moersbergen en in het Stamerbos. Daarnaast komen op het landgoed vooral eiken en beuken voor, samen met essen, iepen, lindes en haagbeuken. 

Natuurlijk bos

Het beheer van Utrechts Landschap richt zich op de instandhouding van het landgoedkarakter. Bospercelen echter die in het verleden zijn aangeplant als productiebos (en zich kenmerken door monotone, gelijkjarige opstanden van vooral exoten) worden geleidelijk omgevormd naar een natuurlijker, gevarieerder bos met inheemse, ongelijkjarige bomen en met een groot aandeel dood hout. 

Aanplant lindes

Het landgoed ligt op de overgang van de voedselarme zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug naar de voedselrijke gronden van het Kromme Rijngebied. Juist op dergelijke overgangen is de boomsoort van invloed op de ontwikkeling van de bodem. De naaldbomen produceren slecht afbreekbaar strooisel en maken de bodem geleidelijk zuurder. Het strooisel van de linde is daarentegen gunstig voor de bodem. Lindes halen kalk uit de ondergrond en dat komt via hun blad in de humus. Op termijn kunnen daar dan bijzondere bosplanten groeien zoals de bosanemoon, salomonszegel en witte klaverzuring. Utrechts Landschap vervangt daarom geleidelijk de naaldbomen op het landgoed door lindes. Naast de winterlinde wordt ook zoete kers, hazelaar, boswilg, ratelpopulier en wilde peer geplant.