Word Beschermer

Natuur en landschap

Park Vliegbasis Soesterberg

Bijzondere natuur met een stoer randje

Het domein van jagers en verzamelaars, dat was de vliegbasis ooit. In de Middeleeuwen zelfs een thuishaven van roversbenden, die vanuit een verlaten boerderij de streek onveilig maakten. Vanaf het begin van de twintigste eeuw was de voormalige vliegbasis beurtelings bakermat van de Nederlandse (militaire) luchtvaart, defensiebolwerk ten tijde van oorlogen en internationaal strategisch vliegveld tijdens de Koude Oorlog.

Maar het militaire bestaan is verleden tijd. Sinds 2009 is de basis in handen van de provincie Utrecht, die het beheer van het gebied aan de zorgen van Utrechts Landschap toevertrouwde. De ene na de andere ecologische verrassing werd ontdekt op de vliegbasis, vertelt boswachter Martijn Bergen, zichtbaar enthousiast, als hij een rondleiding geeft. ‘Wat een rijkdom aan natuur én historie. Het is een eer dat we zo’n gebied mogen beheren.’

Natuur dánkzij stenen

De herfstwind trekt in koude vlagen langs de zwijgzame shelters van Vliegbasis Soesterberg. De halfronde, dikbepantserde gebouwen, ooit de zwaarbewaakte stallen van F15’s, zijn hier en daar begroeid met mos. Asfaltwegen doorkruisen in strak patroon het terrein. Op sommige plekken is het asfalt al weggehaald en laten de eerste berkjes - zoals het echte pioniers betaamt - zich zien.
De bebouwing en verharding blijken in belangrijke mate bij te dragen aan de ecologische rijkdom van het gebied, ontdekten Bergen en zijn collega’s. ‘Sommige plekken zijn door de gebouwen die er staan of stonden, kalkrijk geworden. Dat levert specifieke diersoorten op, zoals de zeldzame blauwvleugelsprinkhaan, die normaal gesproken hier nooit zou voorkomen. De verharding zorgt in sommige delen van het gebied voor een bodemlaag waar lang water op blijft staan. Dat levert weer specifieke plantengroei op, met bijbehorende insecten. Als we al die gebouwen en verharding zomaar zouden slopen, zouden we de biodiversiteit van dit gebied juist teniet doen. Daarom hebben we wel veel verwijderd, maar niet alles.’

Shelter voor vleermuizen

Bergen stopt bij een begroeide, door bramen overwoekerde heuvel. Aan één zijde is een muur met een deuropening zichtbaar. Voor de opening staat een betonplaat. Bovenaan is een kleine spleet opengelaten. ‘Dit is een voormalige shelter voor manschappen, die zich hier in veiligheid konden brengen. Het is nu een veilige plek voor vleermuizen, die via de spleet in en uit kunnen vliegen.’

Schakel op de Heuvelrug

De voormalige vliegbasis heeft een bijzondere plek in de ecologische hoofdstructuur op de Heuvelrug en daarmee in het project Hart van de Heuvelrug. Op verschillende plekken heeft het gebied verbinding gekregen met omringende natuur door de aanleg van ecoducten. ‘Maar ook binnen de basis zorgen we voor die verbindingen’, legt Bergen uit. ‘Een stuk landingsbaan bijvoorbeeld, laten we voor een deel begroeien, zodat bepaalde dieren als hagedissen en insecten daar gemakkelijk kunnen oversteken. We zorgen dat de bermen langs de wegen breed en gevarieerd zijn. We houden kleine stukjes ruigte in de schraalgraslanden in stand. Je zou het eigenlijk zo kunnen zeggen: het is een grootschalig gebied, maar we beheren het kleinschalig.’

Zorgvuldig beheren

Elke nieuwe keus in het beheer kan grote gevolgen voor de diversiteit hebben, weet Bergen. ‘Ecologisch gezien starten we hier met een 9. Die ecologische kwaliteit houden we graag vast. Dat vraagt om zorgvuldigheid en kleine stapjes. We sturen bijvoorbeeld niet zomaar een kudde schapen de heideveldjes op. Dat doen we af en toe, in kleine stukjes, die we goed monitoren. Een ander voorbeeld zijn de start- en landingsbanen, waar we de afgelopen jaren tussen de 130 en 160 broedparen van de veldleeuwerik telden. De route erlangs houden we in het broedseizoen gesloten voor publiek. In het belang van de veldleeuwerik.’
De grote populatie veldleeuweriken was één van de grote verrassingen die de voormalige basis bleek te herbergen. De start- en landingsbanen strekken zich weids uit, omringd door schraal grasland. Een eldorado van rust, met precies de juiste vegetatie en het juiste voedselaanbod voor de veldleeuwerik. ‘Uitgerekend een zeer bedreigde soort, die in het Nederlandse boerenland een vrije val heeft gemaakt, blijkt hier in een absurd hoge dichtheid voor te komen. In het voorjaar is het hier één groot concert van veldleeuweriken.’

Prachtige routes

Op deze herfstige najaarsdag zingt er geen vogel meer. Groepen graspiepers dansen onrustig, laag tegen de herfstwind in, over de vlakte. Rond de start- en landingsbanen scharrelen ze hun kostje bij elkaar, voor ze de tocht naar het warme zuiden vervolgen.
‘Dit gebied, waar je zoveel historie van ons land in terugziet en waar de natuur zo floreert, verdient de bewondering en interesse van mensen’, vindt Bergen. ‘Daarom is het geweldig dat de basis in december opengaat. We hebben prachtige wandelroutes uitgezet, die én wat betreft de natuur én wat betreft het militaire verleden genoeg te bieden hebben.’

Veelzijdig en indrukwekkend

Vanaf het uitzichtpunt - straks ook voor het publiek toegankelijk - overziet Bergen de basis. ‘Wat een gebied hè? Ik ben ervan gaan houden. De veelzijdigheid van de natuur is enorm. Kijk daar, dat stukje hei. Ik ben er ontzettend zuinig op. Daar broedt altijd een roodborsttapuit. In de winter zit er een klapekster. En daar, bij die poel, hebben we broedhopen voor ringslangen. Terwijl in dat bos daarachter weer wespendieven broeden. En intussen kom je overal het militaire verleden tegen, soms geheimzinnig, soms indrukwekkend. Ik zou zeggen: welkom. Kom dit bijzondere gebied maar gauw ontdekken. Als Utrechts Landschap blijven we intussen hard aan de slag om te doen waar we goed in zijn: de veelzijdige natuur in dit gebied zo beheren en beschermen dat iedereen er nog lang van kan genieten.’


Ecoloog Herman van den Bijtel:

‘Dit gebied is van nationaal belang’

‘Ecologisch gezien is dit gebied echt bijzonder. Dankzij de militaire bestemming hebben veel dieren en planten jarenlang rust gehad en konden er bijzondere en sterke populaties ontstaan. Er komen verschillende graslandtypen voor, die ecologisch gezien helemaal compleet zijn en een verrassende rijkdom kennen. Een opsomming geven van alle mooie soorten die er voorkomen is bijna niet te doen. Soorten die niet alleen bijzonder zijn, maar ook nog eens een bronpopulatie vormen, zijn wat planten en paddenstoelen betreft slangenkruid, lathyruswikke, echt duizendguldenkruid, mosbloempje, ruw vergeet-mij-nietje, wasplaten, satijnzwammen en mycorrhiza-soorten van dennen. Wat broedvogels betreft zijn de veldleeuwerik en tapuit bijzonder. Vlinders komen er trouwens ook verrassend veel voor. Het schaarse geelsprietdikkopje en de kommavlinder, om er maar twee te noemen. Van de insecten zijn het schavertje, de snortikker, de donkere zomerzandbij, de kruiskruidzandbij en de zeer zeldzame dubbeldoornwespbij het vermelden waard. De konijnen zijn trouwens de belangrijkste beheerders. Ze houden alles kort, en zorgen met hun gegraaf voor de nodige dynamiek in dit geweldige gebied, dat ecologisch gezien van nationaal belang is. Bijzondere natuur om bijzonder zuinig op te zijn.’