99 jaar natuurbescherming: kijkje in de praktijk met ecoloog Frans-Jan

Sinds de redding van het Lockhorsterbos in Amersfoort in 1927 is Utrechts Landschap sterk gegroeid. Inmiddels beheren en beschermen we ruim 5.850 hectare natuur in de provincie Utrecht. Dit doen we samen met onze 750 vrijwilligers, 36.000 Beschermers en vele natuurliefhebbers.  Maar wat betekent dat nou eigenlijk in de praktijk? We vroegen ecoloog Frans-Jan naar het resultaat van ons natuurbeheer, hoe jij dit terugziet in de natuur en de dromen voor de toekomst.

Het Lockhorsterbos bij Amersfoort | Beeld: André Russcher

De vele gezichten van natuurbeheer

De natuur versterken doen we op heel veel manieren. Het ene gebied is tenslotte het andere niet. Ook kan het beste beheer juist zijn om even niets te doen en de natuur zijn gang te laten gaan. Binnen Utrechts Landschap zien we de effecten van natuurbeheer vooral terug in drie belangrijke landschapstypen: bossen, heidegebieden en riviernatuur. In deze landschappen is het beheer in de afgelopen 99 jaar flink veranderd. Maar het doel is elke keer helder: zorgen dat ecosystemen zich natuurlijker kunnen ontwikkelen en soorten terugkeren of toenemen.

Veerkrachtige bossen door oude bomen en dood hout

Volgens Frans-Jan is de grootste verandering van beheer in onze bossen te vinden: ‘Vroeger werden bossen strak onderhouden, waarbij dode bomen werden opgeruimd en er veel gekapt werd. Tegenwoordig kiezen we voor wilder beheer waarin dood hout blijft liggen als bron voor nieuw leven. Ook laten we oude bomen waar mogelijk staan. Want juist in latere levensfases zijn deze bomen ontzettend waardevol. Dit maakt bossen ruiger, wat zorgt voor een gevarieerder leefgebied en meer gemende bossen die bijdragen aan klimaatbestendige natuur. Zo zetten we hier steeds meer stappen richting ongerepte bosreservaten vol leven.’

Boommarter | Beeld: Mark Zekhuis, Saxifraga

Zeker dieren die afhankelijk zijn van oude bomen en boomholtes profiteren hiervan. Kijk maar eens omhoog naar zo’n boom en wie weet zie je de zwarte specht, kleine bonte specht of zelfs een boommarter. Maar ook zeldzame insecten zoals het klein vliegend hert profiteren van het dode hout. Daarnaast hebben de gemengde bossen met loofbomen en naaldbomen een belangrijke functie. Dit soort bossen zorgen voor meer biodiversiteit, maar zijn ook beter bestand tegen de weersextremen, ziekten en verkleinen zelfs de kans op onbeheersbare natuurbranden.

Open heidevlaktes vol leven

Al sinds 1800 groeiden veel heidegebieden steeds verder dicht door natuurlijke begroeiing van bomen en struiken en bosaanplant door de mens. Hierdoor verdwenen soorten die juist een open heidelandschap nodig hebben om te (over)leven. ‘Het heidebeheer van nu ziet er heel anders uit dan toen’, legt Frans-Jan uit. ‘Nu maken we heide juist open om ruimte te creëren en verwijderen we jonge bomen. Een mooi voorbeeld van natuurlijk beheer is te vinden in onze gebieden Bornia en Heidestein, waar we schapen inzetten voor natuurlijke begrazing. Hierdoor blijft het landschap open en kunnen de inheemse soorten van de heide opbloeien of juist terugkeren.’

De nachtzwaluw | Beeld: Mark Zekhuis, Saxifraga

Zo fladderen onder andere het heideblauwtje en de nachtpauwoog inmiddels weer in grotere aantallen rond. Ook geniet je tijdens een wandeling weer van de zang van de gekraagde roodstaart en roodborsttapuit die vrolijk rondfluiten. En terug van weggeweest: de nachtzwaluw. Deze mysterieuze nachtelijke gast ‘klappert’ weer door de schemering op jacht naar insecten, waarbij zijn kenmerkende roep over de heidevlakte ratelt.

Meer ruimte voor water in onze riviernatuur

Misschien zijn de ruime natuurrijke gebieden langs grote rivieren je de afgelopen jaren weleens opgevallen. Deze zogenaamde uiterwaarden zijn belangrijk voor de veiligheid en de natuurwaarde in het gebied. Op steeds meer plekken is aangeharkte landbouwgrond dan ook omgevormd tot natuurgebied. Een bewuste en waardevolle keuze, vertelt Frans-Jan: ‘In gebieden zoals de Blauwe Kamer en de Everdingerwaard laten we de natuur weer zijn eigen dynamiek vinden door natuurlijke processen zo veel mogelijk ruimte te geven. Dit betekent onder andere dat rivieren weer mogen overstromen en dat we helpen om natuurlijke elementen zoals nieuwe plassen, nevengeulen en rietmoerassen te laten ontstaan. Ook laten we grote grazers het groen kort houden, wat de biodiversiteit op de grond beïnvloedt.’

Gallowaykudde in de uiterwaarden van de Blauwe Kamer | Beeld: Tjitske Lubach

Vooral die grote grazers dragen op verschillende manieren bij aan een hogere natuurwaarde in de uiterwaarden. Door hun graasgedrag bepalen ze waar gras, bomen en struiken kunnen groeien. Ook creëren hun gewroet en loopsporen open plekken in zand en klei, waarin allerlei planten en dieren hun habitat vinden. En er is volgens Frans-Jan nog iets bijzonders aan deze grote grazers: ‘Tijdens het rondlopen verspreiden deze dieren via hun vacht en poep plantenzaden door het hele gebied. Hun poep is hierbij echt een soort mini-ecosysteem, waarin enorm veel soorten gespecialiseerde insecten en andere kruipers te vinden zijn.’

Ook de bever maakt weer zijn opmars | Beeld: Mark Zekhuis, Saxifraga

Dit alles biedt de natuur op het land, maar ook in het water nieuwe kansen. Zo profiteren onder water onder andere vissen zoals de snoek en winde en kunnen soorten als de bittervoorn en rivierdonderpad terugkeren door deze natuurlijke riviersystemen. Maar ook maakt de bever weer zijn opmars, kun je de glanzende blauwe borst van de blauwborst weer vaker bewonderen in het riet en drijft zelfs weer regelmatiger het gehoemp van de roerdomp ‘s ochtends vroeg en ‘s avonds laat over het water. 

Kijken naar de toekomst

Er is sinds 1927 dus veel veranderd en verbeterd. Tegelijkertijd vraagt succesvol natuurbeheer ook om vooruitkijken. Verbinding en toekomstbestendigheid zijn hierin sleutelwoorden. ‘In de ideale wereld vormen bos, heide en rivieren weer één samenhangend systeem waar dieren zich eenvoudig kunnen verplaatsen en rusten en waar ze de ruimte hebben om zich voort te planten’, aldus Frans-Jan. 

‘We werken actief aan een betere verbinding tussen natuurgebieden door bijvoorbeeld nieuwe natuur aan te kopen en beschermen. We zien dat door onze manier van natuurbeheer soorten weer terugkomen, maar worden ook geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering. Dit maakt het zowel voor de natuur als voor ons als mens essentieel om te blijven werken aan robuustere ecosystemen die bestand zijn tegen de uitdagingen van vandaag en morgen.’ 

Uitzicht over de Blauwe Kamer vanaf de Grebbeberg | Beeld: André Russcher

Toekomstbestendige natuur begint vandaag

Net als Frans-Jan zijn we trots op wat we in 99 jaar samen met onze collega’s, vrijwilligers, partners en Beschermers voor de natuur in Utrecht hebben bereikt. Ondertussen dromen en werken we ook vooruit. Aan toekomstbestendige natuur met meer bloemen in het voorjaar, meer insecten in de zomer en een hoge biodiversiteit waar mens en natuur van profiteren. Want uiteindelijk is alles natuur, ook jij en ik. Daarom blijven we de natuur in onze provincie beschermen en versterken. Voor nu en altijd.

Draag jij ook bij aan toekomstbestendige natuur?

Wil jij ook meehelpen aan meer beschermde natuur in onze provincie? Steun dan Utrechts Landschap en laat ook de generaties na ons genieten van onze prachtige natuur.