De tronkenbij: de hardwerkende gast van mijn insectenhotel

In mijn tuin hangt een insectenhotel met holle bamboestengels waarin allerlei insecten kunnen schuilen en nestelen. Onlangs viel me iets bijzonders op: sommige bamboestengels waren aan de voorkant ineens netjes afgesloten. Eerst had ik geen idee waardoor dat kwam, maar na wat speurwerk op internet ontdekte ik de dader: de tronkenbij (Heriades truncorum). Niet veel later zag ik de kleine bijtjes – slechts 4 tot 11 millimeter groot – zelf druk aan het werk.

Kleine broedkamers

De tronkenbij is een echte bouwvakker. Ze vliegt de hele dag af en aan tussen bloemen en haar nest. In de holle bamboestengels maakt ze een reeks kleine broedkamers. Ze begint helemaal achter in de stengel. Daar legt ze een eitje en laat ze een voorraadje stuifmeel achter, zodat de toekomstige larve meteen voedsel heeft.

Vervolgens bouwt ze een stevig tussenschotje van hars, dat ze verzamelt van naaldbomen of coniferen. Daarna begint ze aan de volgende kamer: weer een eitje, weer stuifmeel en opnieuw een harswandje. Zo ontstaat een rij kleine kamertjes achter elkaar. Is de stengel vol, dan sluit ze de ingang zorgvuldig af met een mengsel van hars en zandkorrels.

Dat is een flinke klus. Voor één enkele broedcel maakt een vrouwtje gemiddeld 34 vluchten om voldoende stuifmeel te verzamelen. Een nest bestaat uit één tot tien broedcellen. Tijdens haar leven, dat gemiddeld ongeveer vier weken duurt, legt een vrouwtje in totaal slechts 2 tot 16 eitjes.

Opvallend is ook de manier waarop de vrouwtjes stuifmeel verzamelen. Hun achterlijf is dicht behaard. Door met hun achterlijf langs de meeldraden van bloemen zoals Jacobskruiskruid, margriet, goudsbloem en andere composieten te strijken, blijft het stuifmeel in de haren hangen. Dat stuifmeel vormt het eerste voedsel voor de larven.

Ook natuurlijke nestplaatsen

Hoewel insectenhotels populair zijn bij de tronkenbij, gebruikt ze ook natuurlijke nestplaatsen. Zo nestelt ze in oude kevergangen in dood hout of in holle plantenstengels, bijvoorbeeld in rieten daken. Heeft ze eenmaal een geschikte plek gevonden, dan keren volgende generaties vaak jarenlang terug naar dezelfde nestplaats. Oude nestgangen worden eerst grondig schoongemaakt voordat er nieuwe broedcellen worden gebouwd

Na ongeveer drie tot vier dagen komt het eitje uit. De larve eet vervolgens in ongeveer drie weken de hele voedselvoorraad op en doorloopt daarbij verschillende ontwikkelingsstadia. Daarna spint ze een cocon en verandert in een pop. Na nog enkele weken ontwikkelt zich de volwassen bij. Uiteindelijk knaagt deze zich door de harswandjes naar buiten en begint de cyclus opnieuw.

Sinds ik weet wat er zich in die afgesloten bamboestengels afspeelt, kijk ik met heel andere ogen naar mijn insectenhotel.

Achter die kleine afgesloten opening schuilt een indrukwekkend stukje natuur: een zorgvuldig gebouwd nest waarin een nieuwe generatie tronkenbijen veilig kan opgroeien. Het laat zien hoeveel leven er te ontdekken is, zelfs in een paar eenvoudige bamboestengels in de tuin.

Jan de Jong

Jan (1948) is communicatievrijwilliger van het Amerongse Bos en publiceert activiteiten op websites, in kranten en op social media. In dit blog deelt hij zijn kennis en enthousiasme over insecten die voorkomen op de Utrechtse Heuvelrug.