Kleine parelmoervlinder: glanzende verschijning tot laat in het jaar

Wie in oktober nog een vlinder ziet rondfladderen, kijkt misschien wel naar de kleine parelmoervlinder. Deze opvallende dagvlinder is te herkennen aan zijn oranje vleugels met zwarte stippen. Maar zijn mooiste kenmerk ontdek je pas wanneer hij zijn vleugels anders houdt: aan de onderzijde van de achtervleugels zitten grote, zilverkleurige vlekken die glanzen als parelmoer.

© Karmena – stock.adobe.com

Liefhebber van zon, zand en bloemen

De kleine parelmoervlinder voelt zich vooral thuis op warme, droge en open plekken. Denk aan schrale graslanden, duinen en andere plekken met lage begroeiing en kale grond. In het binnenland komt de soort onder meer voor op zandgronden en langs rivieren, bijvoorbeeld rond braakliggende akkers, extensief beheerde graanakkers en akkerranden.

Dat open karakter is belangrijk. Niet alleen volwassen vlinders, maar ook de rupsen zoeken graag warme plekjes op om te zonnen. De vlinders zijn bovendien behoorlijk beweeglijk. Ze vliegen snel weg wanneer je te dichtbij komt, wat het soms lastig maakt om ze rustig te bekijken.

Oktober is de laatste kans

Hoewel de meeste vlinders in de zomer worden gezien, heeft de kleine parelmoervlinder een opvallend lang vliegseizoen. Hij kan van begin april tot eind oktober worden waargenomen. In die periode volgen drie of soms zelfs vier generaties elkaar op. Die generaties overlappen sterk, waardoor er gedurende een groot deel van het jaar vlinders kunnen rondvliegen.

Oktober vormt daarmee het staartje van het vliegseizoen. Daarna verdwijnt de kleine parelmoervlinder niet helemaal. De soort brengt de winter door als halfvolgroeide rups, verscholen onder in de vegetatie. Op zachte winterdagen kan de rups zelfs weer voedsel opnemen.

Zonder viooltjes geen kleine parelmoervlinders

Viooltjes spelen een belangrijke rol in het leven van deze vlinder. Het vrouwtje zet haar eitjes afzonderlijk af, bij voorkeur laag bij de grond. De rupsen zijn afhankelijk van verschillende soorten viooltjes als waardplant. Belangrijke soorten zijn het duinviooltje, akkerviooltje en driekleurig viooltje.

De volwassen vlinders leven van nectar van verschillende bloemen. Later in het seizoen bezoeken ze onder andere hogere kruiden zoals koninginnenkruid en slangenkruid.

Kwetsbaar in Nederland

De kleine parelmoervlinder is behoorlijk mobiel. Vooral in de zomer kan hij grote afstanden afleggen, waardoor de soort ook buiten zijn belangrijkste leefgebieden wordt gezien. Van oorsprong is het vooral een vlinder van de kuststreek, maar hij wordt ook steeds vaker in het binnenland aangetroffen.

Toch gaat het niet vanzelfsprekend goed met de soort. Op de Nederlandse Rode Lijst Dagvlinders staat de kleine parelmoervlinder als kwetsbaar en de langjarige trend sinds 1950 wordt als een matige afname aangeduid.

Juist daarom zijn droge, zonnige plekken met een afwisseling van kale grond, viooltjes en voldoende nectarplanten belangrijk. Een landschap dat er voor ons misschien wat ruig of rommelig uitziet, kan voor de kleine parelmoervlinder precies bieden wat hij nodig heeft.

Dus zie je deze maand op een zonnige dag nog een oranje vlinder voorbij vliegen? Kijk dan, als je de kans krijgt, eens naar de onderkant van zijn vleugels. Misschien schittert daar nog een klein beetje parelmoer voordat het vlinderseizoen ten einde loopt.

Jan (1948) is communicatievrijwilliger van het Amerongse Bos en publiceert activiteiten op websites, in kranten en op social media. In dit blog deelt hij zijn kennis en enthousiasme over insecten die voorkomen op de Utrechtse Heuvelrug.