Column: Rust voor egels

Het is bijna winter. En wat is er dan heerlijker dan een winterslaap? Een paar maanden je ogen sluiten, de out-of-office melder aan en weer tevoorschijn komen als het mooi weer is. Aantrekkelijk toch? Maar voor de egel is het bittere noodzaak. In de winter vindt hij bijna geen eten. Beschut tegen de kou kruipt hij het liefst weg in zijn winternest onder een bladerdek. Maar of het wel zo veilig is? Het leven van het ’s nachts scharrelende diertje blijkt bloot te staan aan vele gevaren. Wij mensen zijn daar voor het grootste deel de oorzaak van.

Winterslaap
Egels gaan in de periode november tot en met april winterslaap. Het diertje zoekt een beschut plekje, liefst onder een bladerdek, in een rommelhoekje of composthoop. Om niet teveel energie te verbruiken daalt de lichaamstemperatuur van 35,5 naar 5 graden. Toch verliest hij dan alsnog zo’n dertig procent van zijn lichaamsgewicht. Goed opvetten voor de winter is daarom belangrijk.

Begin mei ontwaakt de egel, als het voedselaanbod weer op gang komt.

Steeds minder insecten
Op het menu staan wormen, spinnen, insecten, huisjesslakken, eieren en kleine vogeltjes (van grondbroeders), kikkers, padden, salamanders, mollen, muizen en bessen. Vroeger was dit allemaal op akkers te vinden. Door de monocultuur van de grootschalige landbouw en gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen gaan veel insecten en andere kleine beestjes dood. En daarmee ook insecteneters zoals de egel. Door de intensivering van de landbouw is het percentage insecten maar liefst 70 procent gedaald. Sindsdien vinden egels voedsel in de natuur, tuinen en parken.

Klimaatverandering
Wanneer het langer warm blijft in het najaar en het eerder warm is in het voorjaar is gaat een egel later in winterslaap en ontwaakt hij vroeger. Onze winters zijn tegenwoordig ook vochtiger. Als de winterslaapplaats niet kurkdroog is, kan zich op de egel een schimmel ontwikkelen en komt het dier eerder uit zijn winterslaap. Er is dan weinig voedsel beschikbaar, waardoor het dier zal sterven.

Drukker in de natuur
Sinds de pandemie gaan er meer mensen en honden de natuur in. Dit betekent ook meer kans op verstoring van egelnesten en -slaapplekken. Helaas komt het regelmatig voor dat een egel met hondenbeten naar de egelopvang wordt gebracht.

Meer mensen in de natuurgebieden betekent ook meer zwerfafval. Een egel steekt graag zijn neus in verpakkingen, als daar een voedselgeurtje aan zit. Hij kan erin verstrikt raken en dan sterven van de honger.

De keerzijde van meer mensen in de natuur is dat er meer gewonde egels worden gevonden en naar de egelopvang gebracht. Bij Stichting Egelbescherming Nederland in Huizen hebben ze in 2020 meer dan duizend dieren binnengekregen.

Machines
Velen van ons gaan in deze periode aan de slag om gevallen bladeren op te ruimen. Dat is prima waar het gaat om de veiligheid op wegen en paden en voor het behoud van gazons. Op iedere andere plek is het beter om het blad gewoon te laten liggen. Het vormt een goede humuslaag en beschermt de bodem en het bodemleven tegen vorst en uitdroging. Onder het bladerdek leven tal van wormen, pissebedden en andere kriebelbeestjes. Egels en andere insecteneters, zoals marterachtigen en vogels, worden daar blij van. Bovendien hebben egels daar vaak al hun (winter)nest gemaakt. Bladblazers verstoren dit alles. Een bladhark geeft minder verstoring. Als inzet van de bladblazer écht nodig is, kies dan voor een elektrisch exemplaar. Dat is beter voor het milieu en spaart het gehoor. Spreid het verzamelde blad uit onder struiken en bomen, of creëer een rommelhoekje.

Nog een vijand van de egel is de robotmaaier. Rücksichtslos gaat het apparaat over het groene tapijt. De egel kan hierdoor ernstig gewond raken, weten ze bij de egelopvang in Huizen. Als een gewond dier niet tijdig wordt binnengebracht zal het doodgaan. Veel leed kan worden voorkomen door de robotmaaier alleen bij daglicht in te zetten, want in de schemer gaan egels op zoek naar voedsel.

Winterklare tuinen
Een tuin ‘winterklaar’ maken is een achterhaald begrip. Gelukkig zijn er steeds meer hoveniers die propageren dat het belangrijk is dat een tuin ‘niet netjes’ is. Door blad en snoeihout te laten liggen en een composthoop te maken ontstaan voedsel, schuil- en slaapplaatsen voor allerlei dieren. Door struiken kort te snoeien voor de winter wordt veel beschutting weggenomen en misschien ook wel takken waaraan nog bessen zitten.

Egelsnelweg
Egels lopen zo’n twee kilometer per dag. Soms moeten ze daarbij wegen oversteken, wat niet altijd goed afloopt. Verbindingszones van dichte beplanting, heesters en bomen zijn daarom belangrijk. Schuttingen vormen een barrière in de bewegingsruimte. Egels zijn gebaat bij openingen in de schutting waardoor ze zich gemakkelijk van de ene tuin naar de andere kunnen verplaatsen. Als de buren, en de buren van de buren, dat ook doen ontstaat een verbindingszone, deze wordt een egelsnelweg genoemd.

Overigens, de egel maakt zijn winternest graag tegen een schutting, schuur of ander bouwwerk. Wees er dus op bedacht dat hij zich daar schuilhoudt. Probeer het nest niet te verstoren.

‘Dode egel’
Als u in de winter een ‘dode egel’ ziet betekent dit niet automatisch dat hij ook écht dood is. De kans is groot dat hij in winterslaap is. Hij voelt koud aan, de lichaamstemperatuur nog maar 5 graden en de ademhaling onregelmatig.

Vindt u een gewond dier, neem dan contact op met de egelopvang of de dierenambulance. Als u de egel wilt bijvoeren geef dan geen melk, daar krijgt hij diarree van, maar liever kattenbrokjes. Bij voorkeur in een egelvoederhuis. Meer informatie vindt u op www.egelbescherming.nl.