Kruid of onkruid?
onkruid (het; o) — ongewenste plant tussen de gekweekte gewassen. Zo staat het in het woordenboek. Maar wanneer is een plant eigenlijk onkruid? In deze column geeft boswachter Rien Harmsen zijn eigen kijk op die vraag.
Een woord dat al stamt uit de middeleeuwen maar nog vaak gebruikt wordt. Eerst een woord uit de akkerbouw maar tegenwoordig meestal van toepassing op siertuinen waar gekweekte planten uit het tuincentrum geplant worden en alles wat van nature opkomt niet welkom is.
Ongeacht wat het is; het is wild dus het is onkruid. Schoffelen, gif erop, azijn, gasbrander. Sommige tuiniers gaan nog een stap verder en spreken de buren aan op hun onkruid.
Soms letterlijk de buur maar vaak ook de gemeente of Utrechts Landschap.
“Hee buurman, doe eens wat aan dat onkruid! Straks waait het nog mijn tuin in!”
In de natuur bestaat geen onkruid
Beste buur; misschien is het voor een precieze tuinier om jaloers van te worden maar wij bij Utrechts Landschap hebben geen onkruid. Ieder inheems gewas hoort in de Nederlandse natuurgebieden thuis en heeft een plek in het ecosysteem. Helemaal als de plant daar op eigen kracht terecht is gekomen.
Een goed voorbeeld van planten die op de term onkruid kunnen rekenen? Dat zijn brandnetels, distels en bramen. Zij kunnen vanwege hun prikkelende eigenschappen en snelle verspreiding op weinig populariteit rekenen.
Wie er echter een tijdje bij blijft staan kijken zal zien dat het krioelt van het leven rond deze soorten. Insecten, vogels, zoogdieren, spinnen.
Juist door de weinige eisen die ze stellen om ergens te groeien, zorgen ze vaak als eerste voor begroeiing, beschutting en voedsel in een nieuw gebied.
Het is overigens niet zo dat we nooit ingrijpen. Soms maaien of verwijderen we soorten om kwetsbare natuur meer ruimte te geven. Zo halen we een deel van de braam weg in de Uiterwaarden.
Maar ons uitgangspunt is simpel: een inheemse plant die hier van nature groeit, is in de basis geen onkruid maar onderdeel van de natuur die we beschermen.
Exoten
Zijn dan alle planten die zichzelf verspreiden welkom in onze natuurgebieden? Nee, zeker niet.
Uitheemse planten die ooit via de achtertuinen zijn geïntroduceerd, bedreigen op veel plekken de oorspronkelijke begroeiing door hun enorme groeikracht en het ontbreken van natuurlijke vijanden.
Denk dan aan de Japanse en Afghaanse duizendknoop, Amerikaanse reuzenberenklauw, reuzenspringbalsemien en zelfs de vlinderstruik.
Maar ook vijverplanten als watercrassula en grote waternavel vormen inmiddels een probleem.
Allemaal van origine planten uit de siertuin.
Dus blijf ik het een leuke vraag vinden: Wie verspreidt er nu echt onkruid?
In de natuur bestaat geen onkruid
Beste buur; misschien is het voor een precieze tuinier om jaloers van te worden maar wij bij Utrechts Landschap hebben geen onkruid. Ieder inheems gewas hoort in de Nederlandse natuurgebieden thuis en heeft een plek in het ecosysteem. Helemaal als de plant daar op eigen kracht terecht is gekomen.
Een goed voorbeeld van planten die op de term onkruid kunnen rekenen? Dat zijn brandnetels, distels en bramen. Zij kunnen vanwege hun prikkelende eigenschappen en snelle verspreiding op weinig populariteit rekenen. Wie er echter een tijdje bij blijft staan kijken zal zien dat het krioelt van het leven rond deze soorten. Insecten, vogels, zoogdieren, spinnen. Wel zo’n vijftig soorten vlinders zijn voor hun voortplanting volledig afhankelijk van brandnetels om maar eens een voorbeeld te noemen. Juist door de weinige eisen die ze stellen om ergens te groeien, zorgen ze vaak als eerste voor begroeiing, beschutting en voedsel in een nieuw gebied.
Het is overigens niet zo dat we nooit ingrijpen. Soms maaien of verwijderen we soorten om kwetsbare natuur meer ruimte te geven. Zo halen we een deel van de braam weg in de Uiterwaarden. Maar ons uitgangspunt is simpel: een inheemse plant die hier van nature groeit, is in de basis geen onkruid maar onderdeel van de natuur die we beschermen.
Exoten
Zijn dan alle planten die zichzelf verspreiden welkom in onze natuurgebieden? Nee, zeker niet. Uitheemse planten die ooit via de achtertuinen zijn geïntroduceerd, bedreigen op veel plekken de oorspronkelijke begroeiing door hun enorme groeikracht en het ontbreken van natuurlijke vijanden. Denk dan aan de Japanse en Afghaanse duizendknoop, Amerikaanse reuzenberenklauw, reuzenspringbalsemien en zelfs de vlinderstruik. Maar ook vijverplanten als watercrassula en grote waternavel vormen inmiddels een probleem.
Allemaal van origine planten uit de siertuin. Dus blijf ik het een leuke vraag vinden Wie verspreidt er nu echt onkruid?