Word Beschermer

De buitenplaats Loenersloot

De buitenplaats Loenersloot

In de zeventiende eeuw, de Gouden Eeuw, bouwden veel rijke Amsterdamse kooplieden in deze omgeving grote huizen. Daaromheen lieten ze parken en tuinen aanleggen. Vele tientallen buitenplaatsen verrezen langs rivieren als Amstel, Gein en Vecht. Via het water waren de buitenplaatsen vanuit Amsterdam goed bereikbaar. Kasteel Loenersloot werd vanaf deze tijd van kasteel naar buitenplaats getransformeerd. Nabij het kasteel werden buitenplaatsen als Valkenheining, Geynzicht en Donkervliet gebouwd. De buitenplaatsen werden voornamelijk als zomerverblijf gebruikt. In mei verplaatste het hele huishouden zich van de stad naar buiten. Ook het sociale leven verhuisde mee. Een zomer vol plezier en vermaak brak aan.

Hieronder volgt een overzicht met de onderdelen die horen bij de buitenplaats van Kasteel Loenersloot en die zijn aangemerkt als Rijksmonument. 

Brugwachterswoning

De brugwachterswoning (het tolhuis) dateert uit de 17de eeuw. Sinds 1676 wordt hier tolgeld (nu bruggegeld) geheven voor de naastgelegen, nog bestaande ophaalbrug. Het grijs gepleisterde gebouw op rechthoekige grondslag is één bouwlaag hoog en wordt overkapt door een met grijze pannen gedekt, onvolledig schilddak. De gevels hebben een onregelmatige venster- en deurindeling met ondermeer meerruits schuifvensters voorzien van luiken.  Het uit kloostermoppen opgetrokken zuidelijke deel van het gebouw werd na 1830 bijgebouwd. De topgevel van dit deel is ondermeer voorzien van een brede geschulpte windveer. Het eenvoudige interieur heeft nog zijn oorspronkelijke indeling.

Ophaalbrug

De ophaalbrug dateert uit het laatste kwart van de 17de eeuw. De witgeschilderde houten, enkele klapbrug ligt over het riviertje de Angstel, naast de brugwachterswoning. De brug geeft toegang tot de buitenplaats. De hamei vormt een poortachtige toegang met rondboog-onderdoorgang en wordt afgedekt door een sloof. In de hamei bevinden zich houten decoraties in de vorm van een sluitsteen, boogzwikken en aanzetstenen. Op de hamei ligt een houten val. De brug heeft een houten bruggedek dat op twee gemetselde landhoofden ligt. In 1984 werd de brug gerestaureerd. 

Krukhuisboerderij

Ten zuiden van Kasteel Loenersloot staat een krukhuisboerderij. Deze dateert waarschijnlijk uit de 17de eeuw. De rood bakstenen boerderij heeft een woon- en een stalgedeelte. Het meest oostelijk gelegen stalgedeelte werd waarschijnlijk in het eerste kwart van de 19de eeuw bijgebouwd. De deels onderkelderde boerderij op L-vormige grondslag is een bouwlaag hoog en wordt gedekt door een zadeldak tussen tuitgevels met vlechtingen. Het stalgedeelte is rietgedekt en afgewolfd.

De gevels hebben een niet regelmatige venster- en deurindeling; met ondermeer een kloostervenster waaronder een kelderraam met luik, een rollaag en een accoladevormige rollaag. De stalruimte heeft eveneens een onregelmatige venster- en deurindeling. De achtergevel van het westelijke, rietgedekte stalgedeelte is voorzien van deuren en een schuifdeur van recente datum, het oostelijke stalgedeelte heeft links een staldeur en in de gevel drie getoogde stalvensters met roedenverdeling waarboven een hooiluik.

De indeling van de boerderij is nauwelijks aan veranderingen onderhevig geweest en een groot aantal oorspronkelijke en originele onderdelen (ondermeer vloeren, balken, trappen) bevinden zich in het interieur. De kelder heeft een tongewelf.

Koetshuis

Het koetshuis dateert uit ca. 1770 en staat op de voormalige voorburcht, op de plek van een ouder gebouw. Het koetshuis heeft een rechthoekige 

De voorgevel (oost) heeft centraal een Vlaamse trapgevel en een regelmatige venster- en deurindeling met drie meerrruits schuifvensters, twee deuren met bovenlichten en twee baanderdeuren. Aan de voorgevel hangt een luidklok met in de rand een opschrift: "ANNO 1768.MET.FECET.P.R.AMSTELDAM". De zij- en achtergevels hebben een onregelmatige venster- en deurindeling, met ondermeer meerruits schuifvensters en kleine diepliggende vensters. In de rechter zijgevel (noord) die van vlechtingen is voorzien, bevinden zich tien duivennissen. In de achtergevel en westelijke zijgevels bevinden zich bouwsporen bestaande uit twee halfronde bogen en een hardstenen console waaronder een van de drie steunberen gemetseld is. Drie hoeken van het koetshuis zijn voorzien van steunberen.plattegrond, is één bouwlaag hoog en wordt overkapt door een hoog, met grijze pannen gedekt zadeldak tussen tuitgevels met vlechtingen. Op het dakschild bevinden zich twee dakkapellen; de linker wordt overkapt door een zadeldak met overstek en de rechter is voorzien van een driehoekig fronton. De achtermuur, waarvan het baksteenformaat overeenkomsten vertoont met de toren, is 90 cm dik en is wellicht een deel van een ouder gebouw.

In het koetshuis bevindt zich tegenwoordig een woning. De indeling van het koetshuis is nauwelijks veranderd en in het interieur bevindt zich een groot aantal oorspronkelijke onderdelen (ondermeer vloeren, deuren, balken).

Bakstenen keermuur

Bij de brug naar het kasteel staat een hoge, 19de-eeuwse bakstenen keermuur. De muur bestaat uit twee bakstenen pijlers met op elk een 18de-eeuwse natuurstenen wapendragende griffioen. Tussen de pijlers heeft zich oorspronkelijk een hek bevonden. Aan de linker- en rechterzijde van de pijlers loopt een kwartronde bakstenen keermuur afgedekt door deels een ezelsrug en deels natuurstenen afdekplaten. De 19de-eeuwse pijlers zijn vermoedelijk een reconstructie van pijlers (waarop wapendragende griffioenen) die op een aantal vroeg 18de-eeuwse tekeningen worden weergegeven.

Smeedijzeren hek

Tussen de gracht en het koetshuis staat een 19de-eeuws smeedijzeren toegangshek. Het hekwerk bestaat uit twee smeedijzeren staanders voorzien van spijlen met puntige uiteinden en waarin de letters 'R' en 'H' resteren. Tussen de staanders bevinden zich twee draaibare vleugels, waarin eveneens de voornoemde spijlen zijn verwerkt. Aan weerszijden van de staanders bevindt zich een zijstuk. Het hek maakt ruim een eeuw deel uit van de historische buitenplaats en is waarschijnlijk oorspronkelijk afkomstig van een boerderij of buitenplaats langs de Angstel.

Zandstenen tuinvazen

Op de weermeer van de hoofdburcht staan vijf 18e-eeuwse zandstenen tuinvazen. De vazen zijn in drie verschillende vormen uitgevoerd (twee koppels en een eenling); ze vormen echter een serie.

Langhuisboerderij

Geheel ten zuiden van het kasteel staat een langhuisboerderij uit ca. 1880. De boerderij heeft een T-vormige plattegrond en bestaat uit een woonhuis en stalgedeelte. Het deels onderkelderde woongedeelte is één bouwlaag hoog en wordt overkapt door een met rode pannen gedekt schilddak met overstek en windveren. Het haaks op het woongedeelte gelegen stalgedeelte wordt overkapt door een zadeldak. Aan weerszijden van de stal bevindt zich een kleine uitbouw onder een plat dak; stalruimte die omstreeks 1930 -?- als keuken bij het woongedeelte werd toegevoegd. De boerderij heeft een onregelmatige venster- en deurindeling. De regelmatig ingedeelde achtergevel (west) heeft baanderdeuren met aan weerszijden een getoogd stalraampje en een getoogde mestdeur, waarboven een hooiluik. De boerderij heeft de oorspronkelijke indeling in woon- en schuurgedeelte. 

Arbeidershuisje

Bij de buitenplaats hoort een arbeidershuisje uit het einde van de 19de eeuw. Het ligt in het meest zuidelijke deel van de buitenplaats. Het één bouwlaag hoge, uit baksteen opgetrokken huisje op rechthoekige grondslag is wit geschilderd, het houtwerk is groen geschilderd. Het huisje heeft een rechthoekige plattegrond en wordt overkapt door een zadeldak, waarvan het westelijke dakschild als een lessenaarsdak over de lagere zijbeuk doorloopt, dat wordt gedekt met grijze Oud-Hollandse pannen. De topgevels zijn voorzien van geschulpte windveren. In de zijgevel (noord) bevindt zich een deur in de lagere zijbeuk en in de topgevel een zesruits venster dat in een driehoek eindigt. In de voorgevel (oost) bevinden zich drie vensters: links een vierruits dubbel venster voorzien van luiken, midden een vierruits venster, rechts een vier ruitsvenster voorzien van luiken. In de zijgevel (zuid) een liggend vierruits venster voorzien van luiken, in de achtergevel drie eenruits vensters. De luiken zijn rood/wit beschilderd. In het interieur is de oorspronkelijke indeling nog aanwezig.