Junidip
Vanmorgen vloog ze nog / Zo onbelemmerd en gracieus / En zo verheven / Zo’n sierlijk wezentje / Het was geschapen om te zweven / Niet om te sterven …
Aan deze melancholieke tekstregels uit de musical Tsjechov van lang geleden moest ik denken. Is het je opgevallen dat je op dit moment bijna geen dagvlinders in onze natuur ziet? Dit verschijnsel, de zogenaamde junidip, begon dit jaar al in mei. Het is een periode waarin dagvlinders lijken verdwenen. Want uitgerekend bij ideale weersomstandigheden als een strak blauwe lucht, lekkere temperatuur, zon erbij en veel bloeiende bloemen laten ze verstek gaan. Zelfs onze algemene soorten zoals koolwitje, dagpauwoog en atalanta. Maar wat is er aan de hand?
Oude generatie vlinders zweeft heen
De uitleg is eenvoudig. De eerste generatie vlinders van soorten als de citroenvlinder en bont zandoogje is gestorven. Hun taak zit er na twee tot vier weken fladderen, paren en eitjes leggen op. Vanaf eind mei bereiken veel vlinders hun ontwikkelstadium als ei, rups of pop. Het is dan even wachten, maar eind juni zie je hier en daar weer dagvlinders van de nieuwe generatie rondvliegen. We moeten dus gewoon even geduld hebben. De volgende generatie maakt zijn opmars en piekt in juli.
Maar zoals altijd in de natuur, heb je ook uitzonderingen. Zo was ik eind mei en begin juni op vakantie in eigen land en zag ik relatief veel distelvlinders. Nog niet eerder was me dit soort aantallen opgevallen. Wat dan weer minder verwonderlijk bleek dan ik dacht. Volgens de Vlinderstichting is 2026 waarschijnlijk net als 2019 een uitzonderlijk goed jaar voor deze vlinder.
Op reis met de (achter-)kleinkinderen
De distelvlinder is een bijzondere vlindersoort die mijn respect afdwingt. Hij is als trekvlinder voortdurend onderweg. Van de Sahel naar Nederland en weer terug. En hoewel het fragiele insect tot 50 kilometer per uur (!) kan vliegen, is deze afstand voor één generatie te groot.
De reis gaat in etappes en start als de temperatuur in de Sahel stijgt en de windrichting gunstig is. Bij de eerste ‘halte’ legt hij eitjes en verpoppen de geboren rupsen zich. Deze volgende generatie vlinders vliegt dan weer naar de volgende tussenstop.
De distelvlinders die ik zag waren dus de (achter)kleinkinderen van de distelvlinders uit de Sahel. De tere vleugels wat verbleekt en soms rafelig als gevolg van de lange vlucht. Hoe bijzonder is dat! Het proces herhaalt zich in ons land. De vlinders paren, leggen eitjes en sterven. In augustus kun je de hier geboren generatie distelvlinders zien, te herkennen aan de dieper oranje kleur.
Junidip: geen reden tot zorg
Dat je in juni minder vlinders ziet, is dus geen reden tot zorg. Elk insect in onze natuur heeft zijn eigen rol. En de vlinders die enkele weken geleden nog zo sierlijk door de lucht zweefden, hebben hun rol gespeeld. Maar uit de eitjes die zij achterlieten groeit alweer een nieuwe generatie. Met een beetje geduld verschijnen de eerste nieuwkomers vanzelf weer. De korte stilte van de junidip hoort bij de natuurlijke kringloop van komen en gaan. Een periode waarin het leven zich even aan ons oog onttrekt. En straks weer uit te vliegen en te genieten van het rijke aanbod aan nectar.
Wel grote zorgen in het insectenrijkdom
Hoewel de junidip bij dagvlinders geen reden tot zorg is, is de algehele stand van insecten dat wel. Insecten verdwijnen in hoog tempo uit de provincie Utrecht. Door onder andere stikstof, verdroging en overwoekerende planten verandert hun leefgebied snel. Heide groeit dicht, het voedselaanbod op akkers raakt uit balans en natuurlijke verbindingen verdwijnen. Dat is zorgwekkend, want insecten bestuiven bloemen en vormen voedsel voor vogels, amfibieën en kleine zoogdieren. Onmisbaar dus voor onze natuur.
Als boswachter werk ik samen met mijn collega’s bij Utrechts Landschap op verschillende plekken aan herstel van ons insectenrijkdom. We maken onder andere de dichtgegroeide heide weer open, creëren bloemrijke en gevarieerde natuurakkers en verbinden leefgebieden met natuurlijke, voedselrijke corridors. Zo ontstaan plekken waar insecten kunnen nestelen, voedsel vinden en zich veilig kunnen verplaatsen. Belangrijk voor hen én uiteindelijk ook voor jou en mij.
Help jij onze insecten aan meer leefruimte, voedsel en veiligheid? Kijk dan op www.utrechtslandschap.nl/insectenrijkdom
Boswachter Jacqueline van Dam